Selecteer een pagina

Onlangs bezocht ik borg Verhildersum in Groningen, op een doordeweekse herfstdag. De dame die kaartjes verkocht voor de tentoonstelling in de museumboerderij kwam even een babbeltje maken; ze was blij iemand te zien. Ze vertelde dat de borg na de herfstvakantie zou sluiten. In de winter moest er teveel gestookt worden om open te blijven en het aantal bezoekers was te gering.

De tweede stop was bij de borg zelf. Een vriendelijke meneer controleerde ons kaartje en drentelde ook even met ons mee. Verder liet hij ons tweetjes onze gang gaan. En als je daar dan in je eentje door dat prachtige historische gebouw loopt, besef je ineens: wat een geluk dat wij dit nog kunnen meemaken! De gebouwen, maar ook de meubels en de stoffering, ze hebben te lijden door de tand des tijds. Enkelsteense muurtjes, kelders in de slotgracht, hoe lang gaan zij het nog volhouden?

Tegelijk groeide er een ander besef: dagelijks waren er minimaal 6 vrijwilligers nodig om de borg open te stellen. Dat is exclusief schoonmaak, tuinonderhoud en reparaties. Het grootste deel van die werkzaamheden wordt ook door vrijwilligers gedaan. Hoe geweldig is het, dat deze mensen er wat uren per week voor beschikbaar stellen? Stel je voor dat dit allemaal door betaalde krachten moest worden gedaan, hoeveel zou je kaartje dan kosten? Hoeveel gezinnen zouden er dan nog gaan?

Vroeger was het heel normaal om vrijwillig wat uurtjes ergens bij te springen. Tegenwoordig is men steeds individualistischer. Maar bedenk: je helpt niet alleen, maar je ontmoet ook interessante mensen, hoort boeiende verhalen. Soms pik je signalen op van andere problemen. Wat zou de wereld weer een stuk mooier worden als we meer contact met elkaar zouden hebben. Niet achter een beeldscherm, maar in het echt.